De roze flamingo

Terwijl we elkaar een handdruk geven, pakt hij met beide handen mijn hand vast.

“Tjee…” mompelt hij. Het blijft even stil, maar ik wacht geduldig af waar dit alles naartoe zal leiden.

“Spreek je Engels?”

“A little bit,” antwoord ik.

“Dat is mooi,” zegt hij, want hij spreekt een beetje Nederlands.

Half Nederlands, half Engels beginnen we een gesprek. Hij heet Hakuna Matata en komt uit het Kilimanjaro gebied, geamuseerd door deze Lion King bekentenis, besluit ik hem toch mijn echte voornaam te vertellen. Bij de vraag of ik getrouwd ben, besef ik dat bij eventueel verkeerde bedoelingen, ik hem met een ‘ja’ direct doelbewust kan afwimpelen. Op de een of andere manier boezemt hij mij geen angst in, maar meer een vrolijkheid. Dus besluit ik naar waarheid te vertellen dat dit niet het geval is. Een kortstondige verbazing glijdt over zijn gezicht. Vervolgens is het mijn beurt om mij te verbazen, want daar waar ik allerlei versiertrucs verwacht laat hij op dat moment beleeft mijn hand los en vraagt of ik kinderen heb. Een persoonlijke vraag, maar ook hier besluit ik de waarheid te vertellen zonder in detail te treden en vertel met trots dat ik die heb. Hij kijkt mij lang aan. Ik kijk terug, maar zie alleen mezelf dankzij de zilverkleurige glazen van zijn bril, met om mij heen een aura van voorbij drijvende wolken tegen een lichtblauwe lucht.

Dan weet hij mij te vertellen dat ik nog een kind ga krijgen. Okay, die had ik niet zien aankomen. Ik schiet in de lach bij de gedachte dat ik zo rond of zelfs na mijn vijftigste nog een kind zal krijgen. Geen haar op mijn hoofd die daar aan moet denken, maar hij blijft erbij dat het toch echt zo is, hij is een engel van God en God zelf had hem net aan de overkant van de straat opgedragen dit aan mij mede te delen. Als bewijs dat hij echt een engel van God is zet hij zijn bril af en moet ik hem in zijn ogen kijken. Hoe ik ook mijn best doe, ik zie geen goudglinsterende sparkles, sterker nog, net met zijn bril op zag ik meer hemel voorbij komen dan nu. Mijn opborrelende slappe lach wend ik aan om hem een vriendelijke lach te geven. Ook al is hij uitgedost als Bob Marley, met zijn vrolijke verschijning mag hij van mij de engel van God zijn. Op zijn vraag waar ik naartoe ga, vertel ik hem waar ik naar op weg ben. Dan vertelt hij, dat hij op zoek is naar een roze flamingo, of ik die heb gezien? Verbaast dat ik hem niet kan helpen met zijn roze vriend, neemt hij afscheid met de vraag of wij elkaar nog eens zullen zien.

“Dat weet alleen God, Hakuna Matata.”

Ik vervolg de weg naar mijn bestemming. Of het nou komt door mijn ontmoeting met de engel van God of niet, wat ben ik geslaagd! Zelfs het boek wat ik al heel lang op nummer een van mijn verlanglijst heb staan, heb ik gevonden: Moedwil en misverstand. In dit boekje zitten allemaal korte verhalen van W.F. Hermans, en om één verhaal gaat het mij in het bijzonder; ‘Het lek der eeuwigheid’. 

Terwijl ik naar huis loop zie ik vlakbij de plek waar ik een ontmoeting had met Hakuna Matata de roze flamingo, een coffeeshop.

Plaats een reactie